Een uiterst logische gezondheidswetenschap

Ayurveda werkt met en vanuit een aantal zeer concrete en logische basisbeginselen, die zowel een universele als praktische implicatie hebben. Structuur en functie alsmede functionele integriteit spelen daarbij een belangrijke rol. Ayurveda is derhalve naast een geneeskundige wetenschap ook – en misschien wel bovenal – een natuurwetenschap. De implicaties van dergelijke logische basisbeginselen komen met name goed tot uiting in de farmacologische beschrijving van (werkingen van) kruiden en remedies, maar ook in de ayurvedische fysiologie en anatomie alsmede in de psychosomatische aspecten daarvan. De basisbeginselen die men in de wetenschap van Ayurveda aantreft, zijn van toepassing op zowel macro-niveau (het universum, de wereld, de omgeving, het weer), als op micro-niveau (intracellulair, DNA/RNA complex, aminozuren, etc.). De brede natuurwetenschappelijke benadering van Ayurveda onderstreept het holistische karakter van deze wetenschap. Het biedt vele mogelijkheden voor moderne toepassingen en implicaties, en inspireert tot verder onderzoek op het gebied van vergelijkende wetenschappen. Interessante gebieden van vergelijking zijn bijvoorbeeld de wetenschapsfilosofieën die aan Ayurveda geneeskunde ten grondslag liggen in het licht van de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen op het gebied van quantum physics en veldtheorie, alsmede het holistische karakter van Ayurveda in het licht van moderne psychosomatische benaderingen van bijvoorbeeld stress en de uitwerking daarvan op het lichaam.